donderdag 19 januari 2017

Inflatulentie


Vandaag zakt de spaarrente in Nederland naar het historische dieptepunt van 0,25%

Intussen wordt er nog steeds elke maand 80 miljard euro "bijgedrukt" door de Italiaanse meneer Draghi van de ECB. Allemaal windhandel en lucht. En waar blijft al dat geld dan? Lees dat maar eens na in de krant of op het internet. Daar wordt je niet zo vrolijk van. Een ragfijn spel, om met Marten Toonder te spreken.


Daarom (opdat wij niet vergeten) nog maar eens twee bankbiljetten uit de periode van de hyperinflatie in Duitsland. Bijvoorbeeld deze Reichsbanknote van maar liefst 1000 miljard (een biljoen) Mark! Zoveel rentepunten zijn er waarschijnlijk niet eens in omloop in Nederland.


Een gerelateerde blogpost (met een bijzonder bankbiljet) vind je  hier.

maandag 16 januari 2017

Maarten 't Hart: De moeder van Ikabod


Eerlijk gezegd dacht ik na Magdalena (2015) dat Maarten 't Hart een beetje op zijn retour was, maar daar kom ik nu na het lezen van zijn laatste boek De moeder van Ikabod (2016) op terug.

Deze leuke nieuwe bundel bevat verhalen met uiteenlopende onderwerpen, zoals de verkoop van zijn huis in Leiden, een renovatie, een uitvaart, een kerkdienst, een ontmoeting op de markt en een muziekavond bij vrienden. Alle verhalen zouden "nieuw" zijn, maar het eerste verhaal De stiefdochters van Stoof heb ik ook al eens als aparte uitgave kado gekregen.

't Hart heeft soms de neiging tot wijdlopigheid en komt misschien daarom in korte verhalen nog het mooist tot zijn recht. Hij moet dan eerder to the point komen en doet dit zonder daarbij zijn bekende gezellig-montere schrijfstijl in te leveren. Juist in zijn verhalen vind je de voor hem kenmerkende sfeer goed terug. Nostalgie is nooit ver weg. Het zijn vaak tragikomische gebeurtenissen en ontmoetingen met een sterk autobiografisch gehalte, waarbij je de verbazing van de hoofdpersoon proeft. Hij reageert gelaten en lijdzaam op de dingen die hem nu weer overkomen. Het is geschreven in een soort spreektaal en leest daarom prettig en snel weg.

Nederlandse recensenten kunnen daar vaak nogal zuur over doen, Arjan Peters voorop. Als zoveel (gewone) mensen het leuk vinden, kan het nooit literatuur zijn, zal zijn mening wel zijn. Volgens hem heeft het "een hoog Swiebertje gehalte". 't Hart heeft dan ook nooit een belangrijke Nederlandse literaire prijs toegekend gekregen. In Duitsland wordt hij kennelijk beter gewaardeerd, Der Spiegel noemt hem een 'wunderbar altmodischer Erzähler'.

En ja, zijn manier van schrijven en vooral de uitdrukkingen die hij gebruikt hebben iets ouderwets. Vreemd genoeg gebruikt hij vaak woorden waarvan ik dacht dat het typisch Katwijks was. Bijvoorbeeld "waarnemen", maar dan in de betekenis van een gelegenheid benutten of een kans grijpen. In deze bundel kwam ik ook nog "te met" (bijna) tegen en "ik geloof al z'n leven dat.." Waar hoor je dit verder nog? Maassluis en Katwijk lijken misschien meer op elkaar dan je op het eerste oog zou verwachten. Verder is de door 't Hart beschreven refocultuur uit zijn jeugd erg herkenbaar en vergelijkbaar. Alleen dat al maakt zijn boeken aantrekkelijk voor veel mensen uit deze regio. Daar komt bij dat hij hierin veel milder is dan een Wolkers, die schuimbekkend tekeer kan gaan en veel minder zwaarmoedig dan bijvoorbeeld een Siebelink.

Ik ben een groot liefhebber van van zijn boeken en heb, op de twee of drie componistenbiografieën na, alles van hem gelezen. Met de persoon 't Hart heb ik soms iets meer moeite. De drammerig eigenwijze toon als hij het over boeken of vooral over muziek heeft. Het gebrek aan bereidheid om zijn eigen mening bij te stellen, daarin is hij toch meer Calvinist dan hij zelf zou toegeven. Maar daarom wellicht is hij een graag geziene tafelheer bij praatprogramma's, hoewel tegenwoordig weer wat minder.

Lang geleden heb ik de toch bijzonder krenterige 't Hart een keer zo ver gekregen dat hij me een gesigneerd boek toestuurde, afkomstig van zijn eigen zolder, het stof er nog op. Maar dat is een verhaal voor een ander stukje. En jaren daarna bleek mijn lieve ex-collega F. een goede huisvriendin van Maarten 't Hart te zijn, die zelfs in enkele verhalen van hem voorkomt. Zij heeft mij eens aan hem voorgesteld. Waterige blauwe ogen en een krachtige handdruk, van al dat tuinieren natuurlijk.

vrijdag 13 januari 2017

Dikke, dunne of dode koniks


Deze jongens kwamen we een keer tegen toen we in de buurt van het Panbos een duinwandeling maakten. De iets te dikke konikpaarden leven hier "in het wild" (voor wat dat waard is in Nederland tenminste). Ik heb de foto's uit 2015 er speciaal nog eens bijgezocht na het (opnieuw) bekijken van de prachtige natuurfilm De nieuwe wildernis. In deze documentaire volg je onder andere het wel en wee van een enorme kudde koniks tijdens een barre winter. Afzien en ontberen en dus aanmerkelijk dunnere paarden dan deze goudvinken bij het Panbos.


De nieuwe wildernis (2013) is gefilmd bij de Oostvaardersplassen, het natuurgebied in Flevoland, dat op dit moment weer volop ter discussie staat. De ondernemers van de VVD en de rentmeesters van de SGP hebben elkaar gevonden in een plan om toerisme in dit gebied te bevorderen, bijvoorbeeld met vakantiehuisjes op het water. Leuk tussen de Bambi's. Er lopen dan natuurlijk wel flink wat grote grazers (koniks) in de weg, maar die kunnen mooi worden afgeschoten. Daar zijn ook altijd genoeg liefhebbers voor te vinden. Wel jammer dat daarna het hele ecosysteem in dit gebied in elkaar klapt, maar gelukkig hebben we de film nog.




dinsdag 10 januari 2017

Topolino


Alvast een voorschot op het voorjaar!

Naast Hans in zijn blauwe FIAT Topolino.
Een rit met de Topolino Club Nederland.


(Loon Dance, November Sea (2005).
Tekst en muziek: Josine Vingerling)


zaterdag 7 januari 2017

Klakkebosse

Volkskrant 5-1-'17

Mededelingen en aanwijzingen in een dialect of streektaal kunnen erg grappig zijn. Deze foto werd laatst ingezonden door een Brabantse lezer van de Volkskrant.

Ik vroeg me af hoe deze tekst in het Katwijks zou klinken. Leendert zal het wel weten. Ik kwam een heel eind, maar wist eigenlijk geen Katwijks woord voor 'vuurwerk'.

Ik dacht terug aan ome Wullem, eigenlijk een oom van mijn moeder. Vele jaren geleden rond oudjaar hoorde ik hem klagen over jongens die "mit klakkebosse" aan het gooien waren. Hij bedoelde rotjes en afgezien van het het lawaai en risico vond hij het een verspilling van hun goede guldens. Hij vond dat ze er beter een "end worst" voor hadden kunnen kopen.

Klakkebosse dus. Dat klonk behoorlijk Katwijks, zeker uit ome Wullems mond. En het was de eerste en gelijk ook laatste keer ooit dat ik iemand dit prachtige woord heb horen gebruiken. Maar bij nader googelen nu blijkt het toch 'gewoon' een oeroud Hollands woord voor vuurwerk te zijn. En in Vlaanderen is een klakkebus een proppenschieter.

Hoe is dit antieke woord bij onze ome Wullem terechtgekomen, die het ook nog eens op het juiste moment uit zijn woordenschat wist op te diepen?

woensdag 4 januari 2017

Drie baby's en een paard


Museum Kampa, Praag.


Three bronze babies, David Cerny.


Red Horse Man, artist unknown (to me).


Museum Kampa:  hier

Meer David Cerny:  hier